NPO verzoekt minister intrekking voorlopige erkenning ON!
Op 24 augustus 2026 heeft de NPO een brief met de minister gedeeld. Daarin hebben we aangegeven dat het op dat moment voor ons niet vaststond of er voldoende juridische grondslag was om een verzoek bij de minister in te dienen.
Statement:
'In de brief signaleerden we dat er door het handelen van Ongehoord Nederland (ON!) grote problemen zijn ontstaan in de samenwerking tussen de omroepen, die invloed hebben op de landelijke publieke mediadienst. Daarop heeft de minister de NPO een brief gestuurd waarin zij nadere duiding van het juridische kader heeft gegeven. Bovendien hebben de ledenomroepen nogmaals een zienswijze naar ons gestuurd. Daardoor is de NPO nu in staat om tot een conclusie te komen.
De minister heeft nadere duiding gegeven op het juridische kader van de Mediawet en het besluit van de staatssecretaris uit 2023. De NPO kan haar besluitvorming niet baseren op een inhoudelijke beoordeling van programma’s op grond van de Code Journalistiek Handelen, maar het structureel niet naleven van de Code kan wel indirect gevolgen hebben voor de onderlinge verhoudingen binnen de landelijke publieke omroep en zo van invloed zijn op de samenwerking waarop de NPO moet toezien. De Code is namelijk een vorm van zelfbinding binnen de publieke omroep. De minister heeft gevraagd om aan te geven hoe de NPO de mate van samenwerkingsbereidheid van ON! in dit licht beoordeelt en in hoeverre de NPO van oordeel is dat daarin een onoverbrugbaar knelpunt bestaat.
In de brief van 24 augustus 2026 heeft de NPO verwezen naar 13 publicaties van de Ombudsman van de publieke omroep, die van na 2023 zijn, die blijk geven van voortduring van schendingen van de Code. Daarna heeft de Ombudsman nog een publicatie gedaan over schendingen in een uitzending van Ongehoord Nieuws en heeft de Ombudsman laten weten veel klachten te hebben ontvangen over een aflevering van een YouTube-serie van omroep ON!, waarin wordt gesproken over de opvattingen van Hitler. Het is niet aan de NPO om te oordelen over de inhoud van de programmering van een omroep, maar de NPO constateert wel dat er sprake is van het structureel niet naleven van de Code en dat ON! als zodanig onvoldoende uitvoering geeft aan de bereidheid tot samenwerking.
Ook heeft de NPO van de ledenomroepen een tweede brief ontvangen. Zij geven aan dat voor hen een grens is bereikt en dat zij geen basis meer zien voor bestuurlijke samenwerking met ON!, ook niet binnen het College van Omroepen. Zij achten dit des te ernstiger met oog op de intensieve samenwerking die nodig is voor het toekomstige bestel. De ledenomroepen benadrukken dat ON! ook in recent overleg, naar aanleiding van de reacties op het Evaluatierapport, op fundamentele inhoudelijke kritiekpunten niet overtuigend antwoordde en dat het gesprek onvoldoende vertrouwen gaf in de wezenlijke verandering in houding en handelen die nodig is voor de samenwerking. Daarbij wijzen zij ook op genoemde YouTube-aflevering van ON!. De ledenomroepen zien een patroon waarin fundamentele verschillen over journalistieke en professionele normen blijven bestaan en herhaalde pogingen om die te overbruggen niet tot verbetering hebben geleid. Zij wijzen erop dat de normen en afspraken die ON! schendt juist essentieel zijn voor onderling vertrouwen en samenwerking.
Gelet op het structurele karakter van de schendingen van de Code, kan de NPO niet tot een andere conclusie komen dan dat ON! onvoldoende uitvoering geeft aan de samenwerkingsbereidheid. Gezien het door de overige ledenomroepen unaniem kenbaar gemaakte standpunt en de vele pogingen die inmiddels zijn gedaan om tot verbetering te komen, concludeert de NPO dat sprake is van een onoverbrugbaar knelpunt en dat verdere pogingen om de samenwerking te verbeteren niet langer zinvol zijn.
Omdat zowel de Evaluatiecommissie als de NPO, zoals geschetst in onze brief van 24 augustus 2026, van mening zijn dat ON! van toegevoerde waarde is voor de pluriformiteit van de publieke omroep, spijt het ons zeer dat wij als NPO moeten concluderen dat de samenwerking duurzaam is ontwricht. Pluriformiteit en vrijheid van meningsuiting zijn voor de NPO van wezenlijk belang, maar dat mag niet ten koste gaan van de kwaliteit en het functioneren van de landelijke publieke mediadienst als geheel.
Alles overwegende, meent de NPO dat zij geen andere mogelijkheid meer heeft dan de minister te verzoeken de voorlopige erkenning van Ongehoord Nederland in te trekken, in het belang van een doelmatige samenwerking binnen het huidige en toekomstige publieke bestel. Wij hebben dit verzoek vandaag met de minister gedeeld en de omroepen hierover geïnformeerd.'












